æon
‘æon', is een theatervoorstelling gebaseerd op de brieven die Parool journalist Rob Wouters gedurende zes jaar schreef aan zijn overleden grote liefde Ricardo Roeleveld. Ricardo pleegde in 1983 euthanasie als één van de eerste Aids-slachtoffers in Nederland. Rob kiest er uiteindelijk voor zelf te overlijden in 1989, jaren nadat de ziekte ook bij hem was geconstateerd. "Dansend ging hij ten onder", vertelde een vriend later, daarmee doelend op Robs onwrikbare geloof dat de dood deel van het leven uitmaakt en Rob noch voor het één noch voor het ander bang was.
Na het overlijden van Rob zijn de brieven op zolder beland bij Jan van Breda. De brieven zaten in ordners met correspondentie en door Rob geschreven artikelen. Ze zijn bij toeval gevonden tijdens een opruimactie. Eén van de ordners viel open bij een brief aan Ricardo, Jan ging lezen en was zo geraakt door de inhoud dat hij alle ordners weer uit de vuilnisbak haalde en de meer dan 100 brieven bij elkaar zocht. De brieven zijn een verzameling onuitgesproken gedachten, gevoelens en diepste twijfels in oprechte woorden gevat, want met brieven aan een dode hoef je niemand voor je te winnen en kun je niemand kwetsen.
Rob vond een manier om met zijn eigen teloorgang om te gaan door zijn gevoel voor humor, die zijn oorsprong had in zijn relativeringsvermogen. Door dat gevoel voor (soms bittere) humor is de voorstelling een beklemmend, maar bij vlagen ook hilarisch verslag van een niet te winnen strijd; een relaas over verlies, gemis en intens verdriet dat amper slijt; met hoop, wanhoop, woede, teleurstelling, onmacht en, uiteindelijk, de onontkoombare ondergang. Daarnaast maken de kracht, trots, moed en realiteitszin van Rob de voorstelling bovenal een pleidooi voor het recht op zelfbeschikking.
Kiek Houthuijsen bewerkte de brieven tot ‘æon', een aangrijpende monoloog over leven en dood, liefde en vergankelijkheid. De titel ‘æon' verwijst naar ‘Niets zal Vergaan', het grafschrift dat Rob heeft gekozen en staat in zijn beknoptheid voor de filosofische werkelijkheid dat stof en geest weliswaar bij de dood in hun menselijke samenhang uiteenvallen, maar dat ze tegelijkertijd in een ‘kosmische' nieuwe vorm blijven voortbestaan.
Fragment uit de brief van 8 februari 1989:
..."Lieve Ricar: Ik heb vandaag een Amarilles vermoord. Ik pakte een schaar en hakte vol wreedheid en zonder mededogen in op de met sap gevulde stam. "jij gaat sterven", riep ik diabolisch, "jou ga ik eigenhandig afmaken, killen, jij mooi, verlept monster!" Toen de Amarilles (hij was van een tere en kwetsbare roze-witte schoonheid, ik hield van hem) geen kik meer gaf heb ik hem met kracht en een luide vloek in de vullisbak gekwakt. "Zo, dat is de straf voor je verlepte schoonheid" riep ik het gehavende lijk nog na. Euthanasie, op het juiste moment, dat is het toch allemaal?"...